De beste kinderwagen is degene die in je kofferbak past, soepel over jouw dagelijkse route rolt en met één hand in te klappen is terwijl je een baby op de andere arm hebt. Alles daarbuiten (de kleur, het merk, de naam van de influencer die hem aanprijst) is bijzaak. Deze zeven vragen helpen je in een uur tot een keuze waar je drie jaar plezier van hebt.

1. Waar ga je hem elke dag gebruiken?

Denk aan de route die je straks elke dag loopt, de boswandeling van één keer per jaar telt niet mee. Woon je in de stad, dan rijd je over stoepen, stoepranden, in en uit winkels en de tram. Dan wil je een wendbare wagen met een kleine draaicirkel en niet te breed. Woon je buiten de stad en loop je door bos, over zand of klinkers, dan wil je grote wielen met luchtbanden of schuimrubber en goede vering.

Een wagen met kleine harde wieltjes rijdt in de supermarkt fantastisch en in het bos als een winkelwagentje met een scheef wiel. Andersom is een robuuste terreinwagen in een krappe lift een ramp. Kies op je route.

2. Past hij in je kofferbak, door je deur en in je hal?

Dit is de vraag die het vaakst wordt overgeslagen en het vaakst tot spijt leidt. Meet thuis drie dingen op en zet ze in je telefoon:

  • De kofferbak, breedte en diepte, met de hoedenplank op zijn plek.
  • De voordeur en de deur naar de plek waar de wagen staat, want een wagen van 62 centimeter breed komt niet door een deur van 60.
  • De plek waar hij staat. Een hal van anderhalve meter met een kinderwagen erin wordt een hindernisbaan.

Vergelijk die maten met de specificaties van de wagen, ingeklapt én uitgeklapt. Winkels laten je graag een wagen in je eigen auto passen, vraag dat gewoon.

3. Hoe lang wil je ermee doen?

Een pasgeborene ligt het liefst plat in een reiswieg, zo'n vier tot zes maanden lang. Daarna wil je kindje rechtop zitten en rondkijken. Je hebt dus eigenlijk twee wagens nodig, en dat is precies waarom er combinaties bestaan:

  • 2-in-1: reiswieg plus zitje op hetzelfde onderstel. Gaat van geboorte tot een jaar of drie.
  • 3-in-1: hetzelfde, plus het autostoeltje dat ook op het onderstel klikt. Handig als je veel met de auto doet: slapende baby uit de auto, op de wagen, doorlopen.
  • Buggy: licht, klein, inklapbaar in één beweging. Vanaf een maand of zes de wagen voor vakanties en snelle boodschappen. Vrijwel elk gezin koopt er uiteindelijk een, maar niet als eerste.

Een combi-wagen is duurder bij aanschaf en goedkoper over de hele rit. Twijfel je of je een reiswieg nodig hebt: sommige zitjes kunnen vanaf de geboorte volledig plat, dat scheelt een onderdeel.

4. Welk autostoeltje gaat erop?

Een autostoeltje heb je sowieso nodig, al is het alleen voor de rit naar huis vanuit het ziekenhuis. Kijk vóór je koopt of het stoeltje dat jullie willen op het onderstel van de wagen past, eventueel met adapters. Niet elk merk past op elk ander merk. Let ook op de i-Size-norm (R129): dat is de huidige veiligheidsnorm en stoeltjes van die norm zijn breed verkrijgbaar.

Een stoeltje is geen reiswieg. Langer dan anderhalf tot twee uur achter elkaar in een autostoeltje is niet goed voor een pasgeborene, ook niet op de wagen. Wandelen doe je dus in de reiswieg.

5. Wie duwt hem?

Klinkt flauw, is het niet. Is er veel lengteverschil tussen jullie, kies dan een wagen met een in hoogte verstelbare duwbeugel. Loop er in de winkel allebei een rondje mee, ook de kortste van de twee. Let ondertussen op:

  • Inklappen met één hand, want je andere hand is bezet.
  • Het gewicht: een complete wagen weegt al snel 10 tot 14 kilo. Woon je driehoog zonder lift, dan telt elke kilo.
  • De rem: een voetrem die je ook met slippers kunt bedienen.
  • Een mand eronder die groot genoeg is voor een luiertas en de boodschappen.

6. Nieuw of tweedehands?

Een kinderwagen kun je prima tweedehands kopen. Een goede wagen gaat makkelijk twee kinderen mee en zakt in prijs zodra hij een keer gebruikt is. Waar je op let: de rem moet houden, de wielen mogen niet wiebelen, het frame mag niet verbogen zijn en het inklapmechanisme moet soepel vergrendelen. Een versleten bekleding is meestal los te kopen of te wassen. Een reiswiegmatrasje koop je nieuw.

Het autostoeltje is de uitzondering. Dat koop je nieuw, of je neemt het over van iemand die je vertrouwt en die weet dat het nooit een botsing heeft meegemaakt. Meer over de afweging lees je in de gids over tweedehands babyspullen.

7. Wat wil je uitgeven, en wie betaalt mee?

Een degelijke combi-wagen kost nieuw tussen de 400 en 900 euro, premium merken gaan tot ver boven de 1.000. Een goede buggy kost 100 tot 300 euro. Tweedehands haal je daar zomaar de helft vanaf.

De kinderwagen is bijna altijd het duurste stuk van de uitzet, en precies daarom het beste groepscadeau. Opa en oma, de ooms en tantes, een clubje collega's: zet de wagen op je babylijstje en laat ze samen geven. Dat gebeurt vaker dan je denkt, als hij maar op de lijst staat. Zet erbij welk model en welke kleur jullie willen, dan hoeft niemand te gokken.

Tot slot: ga hem uitproberen

Bestel een kinderwagen niet blind. Ga naar een babyspeciaalzaak, duw er een paar in het rond, klap ze in en til ze op. In een halfuur weet je meer dan na drie avonden reviews lezen. Koop hem daarna waar hij het voordeligst is, dat mag gewoon.

Benieuwd wat er verder nog op de uitzet hoort? Kijk in de complete babyuitzetlijst, of lees wat een baby in het eerste jaar kost om te zien waar de kinderwagen in het grotere plaatje past.